Criteria voor de bepaling van de grootte van een vereniging of stichting

Sinds de herziening in mei 2002 van de wetgeving van 27 juni 1921 zijn er aantal administratieve wijzigingen doorgevoerd, waaronder het bepalen van een grootte van een vereniging of stichting.

Zeer grote verenigingen

Een vereniging wordt als zeer groot aanzien wanneer het gemiddelde personeelsbestand meer dan 100 bedraagt (gemiddeld op jaarbasis berekend op voltijdse betrekkingen) of wanneer aan minstens 2 van de volgende criteria wordt voldaan:

  • Het personeelsbestand bedraagt meer dan 50 werknemers.
  • De ontvangsten bedragen meer dan 6.250.000 euro.
  • Het balanstotaal bedraagt meer dan 3.125.000 euro.

Grote verenigingen

Een vereniging wordt als groot aanzien wanneer er aan minstens 2 van de volgende criteria wordt voldaan:

  • Het personeelsbestand bedraagt meer dan 5 werknemers.
  • De ontvangsten bedragen meer dan 250.000 euro.
  • Het balanstotaal bedraagt meer dan 1.000.000 euro.

Kleine verenigingen

Een vereniging wordt als klein aanzien wanneer er aan maximaal 1 van de volgende criteria wordt voldaan:

  • Het personeelsbestand bedraagt meer dan 5 werknemers.
  • De ontvangsten bedragen meer dan 250.000 euro.
  • Het balanstotaal bedraagt meer dan 1.000.000 euro.

Administratieve verplichtingen

De definitie van de grootte bepaalt voor een groot deel een aantal administratieve verplichtingen van een vereniging.